De Hagia Sophia is een moskee: buiten de gebedstijden kun je erin. Bedek je schouders en knieën; vrouwen bedekken hun haar (een sjaal is genoeg). Op vrijdag rond het middaggebed is het druk.
💡 Tips
Tips from travellers, by place: where to eat, where to sleep, what to see?
A selection of tips
Ga vroeg: halverwege de dag is het bij Palácio da Pena het drukst. Vanuit Lissabon rijdt de trein vanaf station Rossio rechtstreeks naar Sintra. Trek goede schoenen aan, het is heuvelachtig.
Rond San Marco en de Rialtobrug is het overdag druk. Verdwaal in Cannaregio of Castello: daar wonen de Venetianen nog en vind je rustige kanalen en eenvoudige bacari voor een cicchetto.
Een bezoek aan de glazen koepel is gratis, maar je moet je vooraf online aanmelden en je identiteitsbewijs meenemen. Met de audiotour hoor je onderweg wat je ziet.
Ga meteen bij openen of in het laatste uur: midden op de dag is het heet en druk, en er is boven nauwelijks schaduw. Draag schoenen met grip, het marmer is glad.
De tuin rond het Rijksmuseum is gratis toegankelijk, met beelden en een rustig bankje midden in de stad. En de fietsers rijden dwars door de passage onder het museum: kijk uit als je erdoor loopt.
Het pad met duizenden oranje torii-poorten is dag en nacht open. Bij de ingang is het druk; loop door naar boven en na een halfuur heb je de poorten bijna voor jezelf.
De pont naar Staten Island is gratis en vaart langs het Vrijheidsbeeld. Ga aan de rechterkant staan op de heenweg voor het beste zicht, en neem op Staten Island gewoon de volgende boot terug.
Bij zonsondergang staat heel Oia vol. Wil je het rustiger, kijk dan vanuit Imerovigli of Firostefani; het uitzicht over de caldera is daar net zo mooi.
Voor de klim naar de koepel van Brunelleschi moet je een tijdslot reserveren. Het zijn ruim vierhonderd treden en het is smal: niet geschikt bij hoogtevrees.
Het British Museum en veel andere grote musea in Londen (zoals de National Gallery en het Natural History Museum) zijn gratis voor de vaste collectie. Alleen speciale tentoonstellingen kosten geld.
Hier worden sinds 1837 de originele pastéis de Belém gebakken. De rij voor afhalen gaat snel, maar binnen zijn grote zalen waar je meestal zo een plek hebt. Eet ze warm, met kaneel en poedersuiker.